Dorpen

ieder met zijn kunst, monumenten,  historische luchtfoto’s en weetjes

.
BantRuttenCreilEspelTollebeekNageleEnskraggenburgMarknesseluttelgeest

Nagele

Nagele is een dorp dat flink verschilt van de andere dorpen in de Noordoostpolder. Werden zij gebouwd volgens de wat traditionele opvattingen van de zg. Delftse School, in Nagele mochten in de jaren vijftig de aanhangers van de Opbouw en De Acht, vertegenwoordigers van het Nieuwe Bouwen, hun plannen proberen te verwezenlijken.
Bij deze groep architecten hoorden bekende namen als Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld, Mien Ruys en vele anderen. Bij het binnenkomen van het dorp valt de grote centrale parkachtige ruimte op, daarin zijn de scholen, de kerken en het wijk-sportgebouw gesitueerd.

Daar omheen bevinden zich een aantal hofjes, die op hun beurt weer om een centrale parkachtige ruimte liggen.
Alle gebouwen en woningen hebben platte daken. Om Nagele heen is een grote parkachtige bomengordel geplant. Nu na bijna een halve eeuw begint het dorp door het volgroeien van de aanplant steeds meer karakter te krijgen. Eén van de principes is binnen en buiten, wonen en natuur met elkaar te verbinden, zodat de kwaliteit van leven beter zou worden.

In Nagele is de oude rk kerk ingericht als Museum Nagele. In het museum is er een goed gedocumenteerde, professionele tentoonstelling over het ontstaan van Nagele. Met daarnaast steeds twee wisselexposities. Het museum is open van donderdag t/m zondag van 13.00 tot 17.00uur

De Naam.

De naam NAGELE komt van het gelijknamige eiland, dat tussen Urk en Schokland lag en in 1138 voor het eerst genoemd wordt”. Reeds eerder was er ten noorden van Urk een water met de naam Nagel deze naam werd tot in de twintigste eeuw gebruikt.

De betekenis is vooralsnog duister.

Nagele-wapen-1.png

Nagele wapen


Nagele-vlag-1.png

Nagele vlag

Huis Polman

Veel leuker dan zo’n saai museum!
Loop rond  in een huis die helemaal teruggebracht is in zijn oorspronkelijke stijl.
De stijl van de jaren ’50 ’60

Een huis waarin je steeds zegt: ‘ohhh, dat hadden wij vroeger thuis ook’

polman-vlakje

Historische luchtfoto’s Nagele

Kunst in Nagele

Cultuur in Nagele

Kerken in Nagele

800px-01429_Nagele_Geref._Kerk_Vrijgemaakt_1961_Ring_5_NOP._foto._Andre_van_Dijk_Veenendal.-Aangepast
Nagele-Ger-Kerk-Aangepast
Nagele-NH-Kerk-Aangepast
Nagele-RK-Kerk-Aangepast

Enige plaatjes Nagele

Oorsprong Nagele

Nagele was vroeger een nederzetting in de voormalige Zuiderzee. Een deel van de huidige Noordoostpolder was toen land en er werd in dat gebied gewoond in misschien wel tien nederzettingen. Sommige van deze nederzettingen hadden een kapelletje, het middeleeuwse Nagele had zelfs een kerk.

Nagele lag aan een belangrijke vaarroute van de IJsselmonding naar Staveren.
Waarschijnlijk is Nagele, dat tussen Urk en Schokland lag, tijdens een zware stormvloed omstreeks 1300 in de golven verdwenen.
De strijd tegen het water, ook tegen het water van de Zuiderzee, is al vele eeuwen oud!
Op 14 juni 2018 was het 100 jaar geleden dat de Zuiderzeewet van kracht werd. Museum Nagele besteedde daar het gehele jaar aandacht aan, o.a. met een presentatie op 7 juni door drs. Yftinus T. van Popta (Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie, Maritieme Archeologie), getiteld ‘Verdronken dorpen en de Zuiderzee’.

Nagele is een duistere plaats.

Radio 5 – augustus 2021

Nagele brengt geen geluk. Verslaggever Reinout Meijer laat zich bijpraten door Evert de Graaff over de brute moord op een pastoor in een herberg op het eiland Nagele. Voor hij de geest gaf, riep hij met grote stem dat Nagele zou vergaan.
Dat de zee deze onzalige plaats verzwelgen zou en dat de vissers die er
zouden komen vissen hun netten aan de stenen zouden stukscheuren.

externe link

Het kerkhof tussen Urk en Schokland

Een volksverhaal over een verzonken dorp in de Zuiderzee.

bron: Volksverhalen Almanak 

Tussen Urk en Schokland ligt een kerkhof. Diep onder de golven bedolven liggen er de grijze grafstenen en bedekken er de lang geleden gestorvenen. Het is zaak voor de vissers hier op te passen. Gooi er de netten niet uit want in plaats van vis komen er stenen in. Stukgescheurd haalt de visser het net binnenboord. Het is een straf voor vroegere begane zonden. Niets wordt vergeten. Alles moet zijn beloop hebben.

Zo is het ook met Nagele gegaan. Nu is er een kerkhof, diep onder het zeeoppervlak, ja, maar vroeger was het anders. Toen bloeide daar een dorp, misschien wel een stad. Zijn er niet de ruïnes van over? Gebeurt het niet, bij laag water, dat er brokstukken van muren te zien komen en hoeken van torenfundamenten en is er niet de kruisvorm van een kerk te onderkennen? Worden er geen grafzerken opgevist? Ja, zeker, dat alles is zo.

Menig visser heeft het gezien en schuw heeft hij er met zijn zoon of zijn knecht over gesproken. “Zie, daar is Nagele, het kerkhof. Vroeger was er een stad, nu golft er de zee. Laten we maken, dat we wegkomen. Het is niet goed hier te vissen. De netten lopen maar vast en als we ze ophalen scheuren ze stuk.” Schuw wenden ze het roer en zeilen heen: weg van Nagele.

Nagele is een duistere plaats. Nagele brengt geen geluk. En als de jongen later, wanneer de schipper een gemoedelijke bui heeft vraagt, wat er dan eigenlijk met Nagele is dan kan het gebeuren dat het vertelsel los komt. En zeker zal de jongen rillen als hij hoort van die vechtende mannen, heel lang geleden, in die herberg op Emelerwaard.

Er was gedronken, natuurlijk, veel gedronken en toen waren er ruwe boze woorden geweest. De hete woede grolde tegen de bruinbesmookte zoldering. De messen vlogen uit de schede en de twee razende mannen gingen elkaar te lijf. Het was verschrikkelijk te zien, die vechtende robuuste mannen. De messen flikkerden in hun rode ruigbehaarde handen en moordlust brandde in hun ogen. Vast hadden ze elkaar omstrengeld en de punt van hun mes zocht de tref plaats.

Maar toen kwam de pastoor binnen. De zielenherder die gewaarschuwd was dat het niet goed ging in de herberg. Subiet had de eerwaarde vader zijn soutane aangeschoten en was naar de herberg gesneld om de vechtenden te scheiden en erger te voorkomen. Waarschuwend hief de priester de lange, witte handen omhoog en dringend manend klonk zijn klare stem boven het vechtrumoer uit: “Geen moord en doodslag om Godswil, geen moord en doodslag. Laat af van het mes. Zonde is het, zonde. De mens mag niet moorden!” Maar de goede vader kon niet uitspreken.

Een der vechtenden, door het dolle heen omdat men tussenbeide komen dorst, vloog op de priester af en doorboorde hem met het vlijmscherpe mes het hart. De pastoor zonk ter aarde, maar voor hij de geest gaf, riep hij met grote stem dat Nagele zou vergaan. Dat de zee deze onzalige plaats verzwelgen zou en dat de vissers die er zouden komen vissen hun netten aan de stenen zouden stukscheuren. Toen stierf de pastoor.

En de voorzegging is uitgekomen. De straf is op de zonde gevolgd. Het water kwam en heeft Nagele verwoest zoals het al zoveel vernietigd heeft. Sinds eeuwen bruisen er de golven en soms bij heel laag tij kan men de resten muur nog onder water zien. Ook is het gebeurd dat verdwaalde vissers een doopvont in hun net ophaalden… of een zerk…

Ja, Nagele is een duistere plaats.

Begraafplaats Nagele

Nagele en Mien Ruys (1904 – 1999) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Mien Ruys was tuinarchitecte en heeft haar stempel gedrukt op de  groenvoorziening in Nagele. Zij groeide op als dochter van een kweker in Dedemsvaart temidden van het ‘groen’. Als 19-jarige startte haar loopbaan in de tuinarchitectuur op het ontwerpbureau van Moerheim, de kwekerij van haar ouders in Dedemsvaart waar ze na enige tijd leiding kreeg. Haar interesse ging vooral uit naar de toepassing van planten en niet zozeer naar het kweken ervan.

Behalve voor tuin en landschap interesseerde Mien Ruys zich ook voor architectuur. In de jaren ’30 studeerde ze daarom enige jaren aan de TH in Delft.
Hoewel ze daar vooral kennis maakte met de Delftse School – herkenbaar aan de rode puntdaken – ging haar hart uit naar eenvoud en helderheid.
Dit resulteerde in een samenwerking met de architectencollectieven ‘De 8’ en ‘De Opbouw’. Deze waren voorstanders van ‘Het Nieuwe Bouwen’ en zetten zich af tegen de Delftse School.
Licht, ruimte en leefbaarheid vormden de uitgangspunten van het ‘Nieuwe Bouwen’ wat zich vertaalde in een compositie van horizontale en verticale lijnen.
Dit bepaalt nu het beeld van het dorp. Alle huizen in Nagele zijn voorzien van een plat dak.
Als het voorbeeld van ‘Het nieuwe Bouwen’ neemt Nagele daardoor een unieke positie in Nederland en in de rest van de wereld in. De inrichting van de groenvoorziening vormde een essentieel onderdeel van het uiteindelijke ontwerp van Nagele, zowel in het dorp als op de begraafplaats. Mien Ruys  ontwierp samen met Wim Boer de beplanting van het dorp en maakte het ontwerp van de begraafplaats.
De begraafplaats heeft een rooms-katholiek en een algemeen deel. Deze moesten van elkaar gescheiden zijn. Mien Ruys echter was van mening dat iedereen dezelfde weg moest gaan, ongeacht de geloofsovertuiging.
“De toegang tot de begraafplaats is besloten en beschut, een berceau van haagbeuk. Deze is tot aan de inrit doorgetrokken” (Bron: Reinko Geertsema). De begraafplaats kent verder een schilderachtige, impressionistische beplanting versus de strakke belijning van hagen en bomen. Bij een evaluatie van de groensituatie in 1974 was zij persoonlijk niet in staat aanwezig te zijn, maar haar bevindingen, voortkomende uit een solo bezoek, werden in een brief d.d. 10-06-1974 aan de gezamenlijke groep meegedeeld. Het mogelijk wel belangrijkste punt van kritiek was haar volgende opmerking betreffende de begraafplaats: In 2010 is het zover en gaat een langgekoesterde wens in vervulling van zowel Mien Ruys als de Nagelezen zelf. Het ontbrekende deel in het ontwerp van de begraafplaats, de Berceau van Mien Ruys is na meer dan 50 jaar na dato alsnog gerealiseerd, door de inzet en volharding van de vrijwilligers van Nagele.

Straten en wegen

Naar Nagele genoemd zijn de NAGELERWEG, de NAGELERVAART, de NAGELERTOCHT en in Emmeloord de NAGELERBRUG en de NAGELERSTRAAT.

In aansluiting op de afwijkende bouw van het dorp Nagele is ook de straat naamgeving minder traditioneel van aard.
Alleen de straten rond het doip zijn straten in de gangbare betekenis van het woord en die heten dan ook zo: AKKERSTRAAT EGGESTRAAT, PLOEGSTRAAT en HAKSTRAAT.
Het eerste deel van de naam is – en dat geldt ook voor de andere namen in Nagele – ontleend aan de akkerbouw.

In sommige Zeeuwse dorpen komt een bebouwing als in Nagele voor: een centraal plein met daarop openbare gebouwen en daaromheen de woonhuizen. De krans van huizen rond het plein wordt in Zeeland ring genoemd en om die reden kreeg het dorpsplein van Nagele ook de naam RING.
De ‘straatjes’ rond de ring doen in hun bouw aan de hofjes in oude steden denken en kregen daarom namen samengesteld met -hof. Het eerste deel van de samenstelling wordt gevormd door een gewas: TARWEHOF, GERSTEHOF, KOOLZAADHOF, KARWIJHOF, VLASHOF, KLAVERHOF en LUCERNEHOF. De toegang tot deze hoven wordt gevormd door het plein met de naam VOORHOF.

De winkelpanden van het dorp liggen aan de NOORDERWINKELS en de ZUIDERWINKELS en worden geflankeerd door de OORDERPOORT en de ZUIDERPOORT. Achter de winkels lopen de NOORDERLAAN, de NOORDERDWARSSTRAAT en de ZUIDERACHTERSTRAAT.

De naam Voorhof doorbreekt min of meer het principe dat het woongedeelte van Nagele hof-namen heeft en de straten in het  winkelgedeelte met Noord of Zuid beginnen.
In dat opzicht zijn de woningen aan de Noorderlaan ook een uitzondering.
De naam zelf geeft overigens al aan dat er iets bijzonders aan de hand is. Naast Zuiderwinkels vinden we Noorderwinkels, naast de Noorderpoort is er de Zuiderpoort, maar de pendant van de Zuiderachterstraat heet Noorderlaan. Tot 1975 heette de Noorderlaan Noorderachterstraat, maar op unaniem verzoek van de bewoners, weinig gelukkig met de aanduiding achter-, werd de naam gewijzigd.
De Zuiderachterstraat, aaraan geen woningen staan, werd nimmer object van het burgerinitiatief.

De zuidelijke uitbreiding uit de jaren tachtig heeft een ander stratenplan dan de rest van het dorp; hof-namen lagen dan ook niet voor de hand. Aangezien in de gevallen van DE KLAMP en WENDAKKER echter moeilijk van straat of plein kan worden gesproken, is elke nadere aanduiding achterwege gebleven. Beide namen zijn weer afkomstig uit de akkerbouw. Een klamp is een hooischelf. De Wendakker sluit de bebouwing af waar de straten genoemd zijn naar gewassen, zoals een wendakker op het veld ook aan het eind van de gewassen ligt. Het woord is van noordoostelijke oorsprong. In Holland en Zeeland gebruikt men het woord veuroot en in Brabant vooreind. Deze  verschillende
varianten zijn in de polder vervangen door het woord kopakker, dat de Directie consequent gebruikte. In de Nageler straatnaam leeft het oude dialectwoord nog steeds voort. Het eerste deel, wend, komt ook in Banter straatnamen voor.
Een oud dialectwoord leeft ook voort in DE PIEPER, het Zuidwestnederlandse woord voor aardappel. Ten noorden van De Pieper is ook nog een straatje met de naam De Ajuin geweest, maar door planologische veranderingen rond de Wendakker is die naam begin 2000 vervallen. Ook ajuin is een Zuidwestnederlands streektaalwoord, in dit geval voor de ui. De Pieper en De Ajuin zijn (waxen) originele namen, die – onbedoeld – ook nog eens recht doen aan de voor de polder zo typerende situatie, dat door de diverse dialectachtergronden van de bewoners een gewas meer dan een naam kan hebben.

Vanaf Urk loopt de DOMINEESWEG naar Nagele. De dominees van Urk voeren ongeveer hierlangs wanneer zij op Schokland een predikbeurt hadden. Een van hen, zo wil het verhaal, was onderweg door het ruisen der golven zo afgeleid, dat hij op Schokland aangekomen zich niets meer van de voorbereide preek wist te herinneren.

De dominee van Urk
die zou op Schokland preken,
maar door het razen van de zee
was hij zijn preek vergeten.

De meest westelijke zijweg van de Domineesweg is de ZUIDERMEERWEG, evenals de ZUIDERMEERTOCHT genoemd naar de ZUIDERMEERDIJK, de zuidelijke waterkering langs het IJsselmeer.

Ter hoogte van de Ketelbrug buigt de Zuidermeerdijk van zuidoostelijke in oostelijke richting. Deze knik heet ZWOLSE HOEK, naar de bestemming van de meeste schepen die hier passeren. Oorspronkelijk maakte ook de Zuidermeerweg hier een bocht, parallel aan de dijk, en liep vervolgens door tot aan de Havenweg. Sinds de aanleg van Rijksweg 6 heet dit gedeelte van de Zuidermeerweg KETELMEERWEG. Het trace is bovendien iets verlegd, zodat de Ketelmeerweg nu ook de aansluiting is voor het langzame verkeer op de Ketelbrug. De KETELBRUG overspant het KETELMEER, het water tussen Noordoostpolder en Oostelijk-Flevoland. Ketel, Keteldiep of Ketelmond is de plaats waar de IJssel in de Zuiderzee stroomde.

De HAVENWEG is genoemd naar SCHOKKERHAVEN, op haar beurt weer genoemd naar Schokland. Ook de PALENWEG en de PALENTOCHT vinden  de oorsprong van hun naam op Schokland, en wel in de palen die zowel als zeewering dienden als de verbinding tussen de woonbuurten vormden.

Sinds de aanleg van Rijksweg 6 is de MONNIKENWEG een zijweg van de Domineesweg. Daarvoor verbond hij de Zuidermeerweg met de ABTSWEG.
Monnikenweg, MONNIKENTOCHT, Abtsweg en ABTSTOCHT herinneren aan het klooster dat vroeger in de buurt van Nagele gestaan zou hebben.
De SLUITGATWEG en de SLUITGATTOCHT leiden naar de plaats waar de dijk rond de Noordoostpolder op 13 december 1940, om 13.13 uur werd gesloten.

Ook rond Nagele wordt de herinnering aan de oorlogsjaren levend gehouden in enkele weg- en tochtnamen. Net als de Hannie Schaftweg, de Hannie  Schafttocht en de Karel Doormanweg onder Emmeloord en Tollebeek zijn de JOHANNES POSTWEG, de JOHANNES POSTTOCHT, de HAN STIJKELWEG, de HAN STIJKELTOCHT, de PROFESSOR BRANDSMAWEG en de PROFESSOR BRANDSMATOCHT genoemd naar vaderlanders die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog.

Johannes Post (Hollandseveld 4 oktober 1906 – Overveen 16 juli 1944) was een landbouwer die op grond van zijn gereformeerde beginselen in opstand kwam tegen de bezetter. Bij de overval op het Huis van Bewaring te Amsterdam werd hij gearresteerd en enkele dagen later gefusilleerd.

Han Stijkel (Den Haag 8 oktober 1911 – Berlijn-Tegel 4 juni 1943), doctorandus in de Engelse taal- en letterkunde, richtte aan het begin van de oorlog een spionage-organisatie op. Bij de voorbereiding van een overtocht naar Engeland werd hij verraden. Samen met ruim dertig medewerkers werd hij daarna gefusilleerd.

Professor Titus Brandsma (Bolsward 23 februari 1881 – Dachau 26 februari 1942) was bij het uitbreken van de oorlog hoogleraar in de Nederlandse Mystiek te Nijmegen en geestelijk adviseur van de rooms-katholieke dagbladen. In die laatste functie trok hij fel van leer tegen de Duitsers en de pro-Duitse beweging in Nederland. Als gevolg daarvan werd hij op 19 januari 1942 gevan-
gen genomen en naar Dachau gezonden, waar hij overleed. In 1985 werd Titus Brandsma zalig verklaard.

Ook de namen VLIEGTUIGWEG en VLIEGTUIGTOCHT zijn ontleend aan de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn aan een vliegtuig van het type B-48
dat hier een noodlanding maakte. De namen zijn ook bedoeld als hommage aan al die andere geallieerde vliegtoestellen die in de polder neerkwamen of wapens afwierpen.

0 antwoorden

Plaats een reactie (naam E-mail en Site niet verplicht)

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *