Dorpenplannen

De polder kwam er voor de boeren. Die boeren hadden arbeiders en die arbeiders hadden (veel) kinderen. Arbeiders moesten op de fiets naar hun werk. Brommers waren er nog niet. De kinderen moesten op de fiets naar school. En de vrouw moest op de fiets naar de bakker. Kortom: een fietsafstand tot zo’n 8 km werd bepalend.

Men gebruikte ‘de centrale plaatsentheorie’ van de Duitse geograaf Christaller.

Een centrale hoofdplaats – Emmeloord – met op de 6 hoekpunten  plaatsen van lagere orde.
Marknesse Ens Nagele Espel Rutten en Kuinre telde mee als zesde dorp. De rest van de bewoners zou zich op het platteland kunnen vestigen in boerderijen en kleine gehuchten met arbeiderswoningen.
Uiteindelijk werd het Emmeloord, met daaromheen een ring van 10 dorpen.

SPIJT

De theorie was al snel achterhaald. Boeren gingen mechaniseren, dus niks geen arbeiders. En die arbeiders hadden trouwens toch al snel een brommer of auto en vestigden zich liever in Emmeloord. Dat liever als wonen vlak naast de baas.
Het bestaansrecht van de kleine kernen is altijd kritisch geweest. Nog net een basisschooltje maar geen Supermarkt en geen huisarts. In de nieuwe polders heeft men daarvan geleerd. Daar koos men voor minder, maar grotere kernen. (Lelystad, Dronten etc)

Vijfdorpen plan

Het eerste idee was de nederzettingen te plaatsen op kruispunten van water en wegen.
Uitgangspunt was  één centrale kern met 5 dorpen eromheen
en 25 tot 45 gehuchten van 10 tot 15 woningen.
Kuinre werd meegenomen in de verdeling.
Dit bleek onaanvaardbaar te zijn: de afstand tot de scholen en de primaire voorzieningen was te groot.

Op het snijpunt van vaarten en wegen was het hoofddorp Nakala gepland.
Nakala was een dorp dat rond het jaar 1000 op die plek moet hebben gelegen.

Het snijpunt in het noordoosten zou Muinhuizen worden.
Op de weg van Urk naar Lemmer kwam Ruthe.

Espel en Algodel waren plaatsen op het veel grotere Urk en moesten ook terugkomen.
Kamperzand en Kuinderveen weren ook genoemd

Zes dorpen plan

In een vroeg plan uit 1941 lezen we dat er sprake was van een zes-dorpen plan.

Eerste suggestie naamgeving  – link pdf

  • Nagele – dorp A
  • Maanhuizen – dorp B
  • Kamperzand – dorp C
  • Algodeldorp – dorp D
  • Espel – dorp E
  • Rutne – dorp F
  • Kuinderveen – dorp G

Eerste-dorpenplan

Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant-11-juni-1941

Kaart-Urkerland

Provinciale-Overijsselsche-en-Zwolsche-courant-11-juni-1941

Automatische tekstherkenning

Van semi-officiële zijde is een rapport verschenen, bevattende een „Eerste suggestie voor naamgeving aan de voornaamste elementen in den  noordoostelijken polder”. We mochten van dit rapport inzage verlangen en deelen er hier een en ander uit mede. Onder dit voorbehoud echter, dat omtrent een en ander- nog niets definitiefs vaststaat. Hoogere instanties zullen er nog over hebben te beslissen in hoeverre men met de voorgestelde benamingen accoord gaat. Het komt ons echter voor, dat er alle reden is aan te nemen, dat men — op enkele uitzonderingen na wellicht — wel met deze suggestie accoord kan gaan. Immers: door deze naamgeving worden historische bijzonderheden vastgelegd die, welke veranderingen er verder nog in den noordoostelij ken hoek van de voormalige Zuiderzee mogen optreden, voor de geslachten die na ons komen, bewaard blijven.
Enkele aanhalingen uit voornoemd rapport mogen hier volgen. Dat voorgesteld is den geheelen polder „Urkerland te noemen, weet men uit een vroegere
mededeeling in dit blad reeds.
Aan de gemalen zou men de namen willen verbinden van de belangrijkste strijders voor da plannen, met name BUMA de oprichter van de Zuiderzeever-
eeniging in 1886, mr. G. Vissering, die_ de plannen vooral economisch en financieel verdedigde en mr. H. Smeenge, die zich krachtig aan de meer  populaire propaganda wijdde. Deze drie namen aanhoudend, is aangewezen het gemaal bij Lemmer den naam Buma, dat bij Urk den naam Vissering en dat bij de Voorst den naam Smeenge te geven.
Het is gewenscht, de bevolkingskernen zoo mogelijk namen te geven van vroeger bestaan hebbende plaatsen binnen den polder.
Emmloord en Ens alsmede Schokland zijn punten welke in den polder blijven Reeds’vóór het jaar 1000 wordt Nakala, later genaamd Nagele, genoemd. Meer noordwestelijk wordt of Rutne. Niet ver van Emmeloord lag een klein dorp met name Maenhuysen.
Volgens verschillende gegevens bevonden zich op het eertijds grootere eiland Urk, behalve Urch nog twee of meer dorpen, namelijk Espel of Espelbergh en Algodeldorp of Algotedorp, welke naam samenhangt met Almere den middeleeuwschen naam van de zuidelijke kom der Zuidernrgg Vermoedelijk heeft-westelijk van Kuinre de plaats Vene of Veenhusen gelegen.
Het schijnt aangewezen, aan de polderkernen A, B, D, E en F resp. de oude namen Nagele, Maanhuizen, Algodeldorp, Espel en Rutne toe te kennen.
Voor kern G zou de naam Veenhuizen ln aanmerking kom, doch deze naam bestaat reeds. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan Kuinderveen, mede ook omdat deze kern ligt op den rand van een veenachtig gebied. Het dorp C ligt op het bekende Kamperzand, zoodat voor deze kern de naam Kamperzand ln aanmerking komt. De hoofdkanalen stelt men zich voor als volgt te noemen:
Van het hoofddorp Nagele uit naar Lemmer: Lemstervaart; naar Urk: Urkervaart; naar de Voorst: Zwolsche vaart.
De sluizen wil men aldus doopen: die hij Lemmer: Friesche sluis; bij Urk: Urkersluis; bij de Voorst: Voorstersluis; de sluis in den polder: Maanhuizersluis; de sluis in het Ganzendiep, buiten den polder: Ganzensluis; de sluis bij Kadoelen: Kadoelersluis. De primaire wegen waren aldus te noe-
men: van Nagele naarden Ramspol: Kamperweg; van Nagele naar Urk: Urkerweg;