Dirk S. Donker

foto; Simon Bleeker

Dirk S. Donker (Sneek, 3 januari 1941) is een Nederlands organist en beiaardier.

Levensloop
Donker studeerde orgel bij IJbe S. Rusticus, aan het voormalige Leeuwarder Conservatorium bij Piet Post en bij Dom-organist Stoffel van Viegen te Utrecht. Voorts studeerde hij beiaard bij Leen ’t Hart en Peter Bakker aan de Nederlandse Beiaardschool te Amersfoort, waar hij het einddiploma cum laude behaalde. Als eerste in de wereldgeschiedenis van de beiaard behaalde hij in 1971 de Prix d’ Excellence.

In 1969, 1970 en 1971 won hij het prestigieuze Internationaal Beiaardconcours te Hilversum. Bovendien won hij in 1969 tijdens dit concours de Holland Festival prijs voor de beste improvisatie.

In november 1962 begon Dirk S. Donker wekelijks de beiaard van de Grote- of Martinikerk in Sneek te bespelen. Kort daarop, in 1963, werd hij tot Stadsbeiaardier van Sneek en beiaardier van Joure benoemd.

Later werd hij eveneens Stadsbeiaardier van Dokkum, Groningen, Leeuwarden en beiaardier van de Poldertoren in Emmeloord. Thans – in 2019 – is Dirk S. Donker nog Stadsbeiaardier van Sneek en beiaardier van Joure.

Sinds 1963 tot 2019 was Dirk S. Donker organisator van zowel de orgel- als beiaardconcerten van de Grote- of Martinikerk te Sneek. Als concertorganist en beiaardier concerteerde hij niet alleen in Nederland, maar ook in een aantal Europese landen, in Australië, Nieuw-Zeeland en in Canada en Amerika. Als cantor/kerkorganist van de Martinikerk (PKN) wordt hij op 1-1-2020 opgevolgd door Bob van der Linde

Dirk S. Donker is oprichter van de stichting ‘Martini Koorschool Sneek’ waaruit het Martini Jongenskoor Sneek, waarvan hij de vaste orgelbegeleider was tijdens de directie van Bouwe Dijkstra, voortkomt.

Van zowel zijn orgel- als beiaardspel zijn diverse radio-, tv- en cd opnamen gemaakt. Op cd nam Dirk S. Donker onder andere de complete orgelwerken van César Franck en alle beiaardwerken van Romke de Waard op.

Vanwege zijn verdiensten voor de Franse orgelcultuur werd hem in 1993 de zilveren medaille Arts-Sciences-Lettres te Parijs toegekend. In 1997 werd hij voor zijn werk op het gebied van de muziekcultuur bovendien koninklijk onderscheiden in de Orde van Oranje Nassau.

Bron: wikipedia

Uit De Nederlandse Klokkenspel-vereniging: 

Dirk S. Donker werd op 3 januari 1941 geboren in Sneek, de stad waar 40 jaar geleden zijn indrukwekkende carrière als beiaardier en organist een aanvang nam.
Van jongs af aan wilde Dirk organist worden en al op jeugdige leeftijd werden hem de eerste beginselen van het muziekvak en het orgelspel bijgebracht door de Sneker organist en muziekpedagoog Y.S. Rusticus. Later zou hij zijn orgelstudie vervolgen bij Piet Post en Stoffel van Viegen.
Dirk’s ouders waren niet erg opgetogen over zijn toekomstplannen, immers het orgelspel zorgde in de jaren zestig niet voor een dik belegde boterham en moest daarom als regel met een “echt” vak worden gecombineerd.

Toen Dirk medio 1962 de militaire dienst verliet, zocht de toenmalige Sneker stadsbeiaardier Flucie van Bergen, die met gezondheidsproblemen kampte, een opvolger. Dirk, die de combinatie organist en beiaardier wel zag zitten, meldde zich aan en bleek de enige gegadigde voor deze functie. Zo goed en zo kwaad als het ging, werkte hij zich in op een oud 2-octaafs oefenklavier en al in november 1962 nam hij de wekelijkse bespelingen van de Martinibeiaard over.
Op 1 januari 1963, vlak voor zijn 22ste verjaardag, werd hij officieel tot stadsbeiaardier van Sneek benoemd en daarmee was hij toen waarschijnlijk de jongste stadsbeiaardier in ons land. Flucie van Bergen overleed in februari 1963 en in juli van dat jaar volgde Dirk hem ook op in Joure.

In datzelfde jaar startte Dirk met de organisatie van een jaarlijkse serie orgelconcerten op het oorspronkelijk door Arp Schnittger gebouwde orgel van de Sneker Martinikerk en schreef hij zich in als student aan de Nederlandse Beiaardschool in Amersfoort waar Leen ’t Hart, Peter Bakker, Charles Kuit en André Lehr zijn docenten waren.
In 1968 slaagde Dirk cum laude voor het eindexamen aan de NBS en in 1971 behaalde hij, als eerste beiaardier ter wereld, de Prix d’Excellence voor beiaard.

Ook op andere plaatsen in het Noorden van het land bleven zijn kwaliteiten niet onopgemerkt. In 1966 werd Dirk in Dokkum als stadsbeiaardier aangesteld en in 1969 volgde de eervolle benoeming tot stadsbeiaardier van Groningen. Later volgden nog benoemingen in Leeuwarden (1972) en in Emmeloord (1977), waar hij, na diens overlijden, opvolger werd van de beiaard spelende kapper Henk Held.

Dat zijn faam als beiaardier zich snel verspreidde, had Dirk mede te danken aan de resultaten die hij behaalde tijdens de concoursen in die jaren.
Driemaal achtereen, in 1969, 1970 en 1971, eidigde hij als winnaar van de in het kader van het Holland Festival in Hilversum gehouden Internationale Beiaardconcoursen, daarmee tevens de wisselprijs van de gemeente Hilversum in de wacht slepend.

Op een zonnige namiddag in april zochten wij Dirk en zijn vrouw Lies op in hun woning aan de Beatrixstraat in Sneek, van waaruit men een prachtig uitzicht heeft op de Martinikerk en in de woonkamer de beiaard noot voor noot kan volgen. Hoewel Friezen de reputatie hebben liever te zwijgen dan te spreken, toonde Dirk zich een vlot en onderhoudend causeur. Niet alleen onze belevenissen in de beiaardwereld, maar ook allerlei herinneringen aan onze geboortestad Sneek, boden volop stof voor een lang en aangenaam gesprek.

Al in zijn eerste jaren als beiaardier vatte Dirk grote bewondering op voor collega’s met een verfijnde, expressieve speelstijl zoals Jaap van der Ende, maar zeker ook de jonge Jo Haazen, wiens virtuoze en contrastrijke spel diepe indruk op hem maakte. Minder waardering kon hij opbrengen voor het grovere spel van diens landgenoot, de destijds vooral in Vlaanderen zeer bewonderde Staf Nees.

Bij een terugblik op een 40-jarige beiaardierscarrière blijft uiteraard ook het beiaardrepertoire niet onbesproken. Wie, zoals Dirk, gedurende tientallen jaren talloze marktbespoelingen en concerten gaf, loopt op den duur onvermijdelijk tegen het probleem op dat er voor de beiaard slechts een beperkte hoeveelheid hoogwaardig, oorspronkelijk repertoire beschikbaar is.
Omdat de grote componisten niet voor beiaard hebben geschreven, moet men veelvuldig terugvallen op arrangementen. Toch heeft Dirk een uitgesproken voorkeur voor oorspronkelijke beiaardcomposities, waarbij vooral het beiaardoeuvre van Wim Franken hem altijd bijzonder heeft aangesproken, omdat dit zich goed leent voor interpretatie. Ook werken uit de Vlaamse romantiek speelt Dirk graag, vanwege de mogelijkheden tot expressief spel, dat hij het liefste beoefent op zware beiaarden in gesloten torens.

Wat de marktbespelingen betreft, gaat zijn voorkeur in de eerste plaats uit naar goed in het gehoor liggend repertoire (van Bach tot Beatles). Een beiaardier bespeelt een openbaar instrument en moet het publiek niet willen shockeren met werken, die een leek doen denken dat de beiaardier te diep in het glaasje heeft gekeken. Daarom maakt Dirk voor marktbespelingen graag gebruik van de arrangementen van Leen ’t Hart, die hij overigens van betere kwaliteit vindt dan diens beiaardcomposities.

Vele malen is Dirk opgetreden als jurylid bij concoursen, iets wat hij graag doet, en waarbij hij de deelnemers meer beoordeelt op hun muzikaliteit, dan op hun foutjes. Vaak hoor je, aldus Dirk, al na een paar maten of een deelnemer er muzikaal uitspringt, of beter een kantoorbaan kan kiezen. Dikwijls heeft hij zich gestoord aan het feit dat er op concoursen zo weinig oorspronkelijke beiaardwerken werden  uitgevoerd. Arrangementen horen in zijn opvatting op een concours niet thuis, zeker niet als de bewerker over onvoldoende theoretische kennis en opleiding beschikt, zoals hij nogal eens moest vaststellen bij volksliedbewerkingen uit de Vlaamse hoek.

Al jarenlang is Dirk een trouw bezoeker van de NKV-vergaderingen en bijeenkomsten, vooral vanwege de contacten met collega’s, al worden deze langzamerhand wel minder nu steeds meer van zijn tijdgenoten niet meer actief zijn.
Met veel waardering denkt hij terug aan NKV-bestuurders als Romke de Waard en Bertus de Laat die veel voor de beiaardcultuur en de positie van de beiaardier tot stand hebben gebracht.
Van de jaarvergaderingen herinnert hij zich vooral de bruisende optredens van Romke de Waard, maar ook de in huilbuien eindigende klaagzangen van een vroegere penningmeester.
Zo zorgden jaarvergaderingen vroeger voor heel wat meer vuurwerk dan tegenwoordig, nu lastige discussies met professionele vergadertechnieken in de kiem worden gesmoord.

Sprekend over de huidige generatie beiaardiers, mist hij enigszins de kleurrijke lieden en briljante spelers met een soms zeer “vrije hand van spelen”, zoals Jaap van der Ende.
Nu hij zelf met beiaardspelen in wat rustiger vaarwater is terecht gekomen en geen discussies met beiaardcomités meer hoeft te voeren over het spelen van “Koning Voetbal” of “Glaasje op, laat je rijden”, is het plezier in het spelen weer volop teruggekeerd. Gevraagd naar zijn toekomstplannen, hoopt hij de twee laatste beiaarden (Sneek en Joure) van zijn vroegere imperium nog vele jaren te mogen bespelen.

Op 1 mei van dit jaar eindigt zijn dienstverband als organist van de Martinikerk, waar hij in 1978 werd benoemd, maar ook na die datum zal men Dirk nog regelmatig achter de speeltafel van het Schnitger-orgel aantreffen, niet alleen als solist maar ook als vaste begeleider van het Martini-jongenskoor dat in zijn muzikale bestaan een bijzondere plaats inneemt.

Gedurende zijn 40-jarige loopbaan gaf Dirk Donker ontelbare beiaard- en orgelconcerten, niet alleen in eigen land, maar ook in België, Duitsland, Engeland, Oostenrijk, Canada, de Verenigde Staten, Nieuw-Zeeland en Australië.
In 1993 werd hij wegens zijn verdiensten voor de Franse orgelkunst door de Société Académique Arts, Sciences, Lettres te Parijs onderscheiden met de zilveren medaille.
In eigen land werd hij in 1997 voor zijn werk op het gebied van de muziekcultuur koninklijk onderscheiden in de Orde van Oranje Nassau.

Bron: Ned. Klokkenspel-Vereniging link

Dirk S Donker

Dirk Donker was de eerste in de Nederlandse beiaardgeschiedenis die de ‘prijs van uitnemendheid’ behaalde.

Donker

Beiaardier Dirk Donker bespeelt zes carillons in het Noorden

„Een nummer van Beatles op dit instrument zou vloeken”

Dit is een automatische vertaling (OCR) uit de krant. Incl foutjes.

LEEUWARDEN – De weg naar zijn werk voert hem langs steeds smaller wordende trappen naar het torentje van het Leeuwarder stadhuis. Op een stoffige zolder in een afgeschermde ruimte neemt hij plaats achter een installatie van pedalen toetsen en kabels en begint erop te ‘rammen’: Dirk Donker, stadsbeiaardier van onder andere Leeuwarden. In de Middeleeuwen had de beiaardier tot taak de stedelingen attent te maken op de tijd. Nu is het folklo
re geworden, maar het klokkenspel is nog steeds een onmisbaar onderdeel van de stadsfeer.
Beiaardier Dirk Donker uit Oppenhuizen heeft zijn opleiding onder andere genoten op de Nederlandse Beiaard-school in Amersfoort. Hij is in vaste
dienst van de plaatsen Leeuwarden, Sneek, Dokkum, Joure, Emmeloord en Groningen. In de klokketoren van het stadhuis in Leeuwarden speelt Donker
vrijdags tussen tien en elf uur ’s morgens. Soms neemt hii zijn hond Ruben mee. Die ligt dan heel rustig achter de constructie, waarmee hij het carillon bedient. „Als ik speel, slaapt hi en als ik ophoud, wordt hij wakker , zegt Dirk grinnikend tussen twee nummers door. Het bespelen van het carillon vereist
nogal wat inspanning. Met beiden vuisten slaat hij de toetsen in, terwijl hij met zijn voeten heftig op de pedalen trapt.
Hij schiet van links naar rechts over het toetsenpaneel en het hele mechanisme rammelt en kraakt. Zelf hoort de beiaardier weinig van zijn spel. In ziin kamertje hangt een monitor, die verbonden is met een microfoon bij het carillon. Zo kan hij toch de klankkleur bepalen.
„Maar de muziek moetje eigenlijk beneden horen”, roept hij over zijn schouder.
Donker speelt zeven dagen van de week, dus vakantie is er vaak niet bij. Er kan eventueel wel een vervanger worden geregeld, maar daar is hij geen voorstander van. „Ik moet de kwaliteit een beetje bewaken en niet alle beiaardiers zijn Kwalitatief even goed”.
Volgens Donker is er nog veel belangstelling voor het beroep van beiaardier, maar ook in deze sector heeft de werkloosheid zijn intrede gedaan. Het aantal
arbeidsplaatsen voor een beiaardier is nu eenmaal beperkt. Het beroep ontstond in de vijftiende eeuw, toen men het uurwerk had uitgevonden. Om de
mensen attent te maken op de tijdklok in de toren, werd voor ieder uur een een riedeltje op de klokken gespeeld. Dit riedeltje groeide uit tot een melodie en de man die zich daar mee bezig Weid, noemde men beiaardier.
Voor carillon zijn er sindsdien honderden composities gemaakt ra bestaan. Aken gearrangeerd voor het klokkenspel „Je kunt niet zomaar leder Miler liedje of muziekstuk op het carillon spelen. Bijvoorbeeld een nummer van de Beatles op dit instrument zou vloeken. Het zou ongeschikt zijn omdat het
voor een groot gedeelte is opgesmukt met een ritmesectie. Er blijft weinig over, als je die muziek terugbrengt tot de kale toon. Maar ook de sfeer van die muziek komt niet overeen met die van het klokkenspel „Het repertoire, dat ik speel  is een mix van herkenbare muziek. Ik probeer een  zo groot mogelijke schakering aan te bieden, van Beethoven tot de Sound of Music. Er zijn ook minieme composities, maar die zal niet iedereen op prijs stellen en stadsklokkenspel wordt eigenlijk ongevraagd aangeboden. Het is niet zo makkelijk te ontlopen n gewoon concert”, aldus Dirk Donk

De beiaardier heeft geen uitgesproken voorkeur om in een bepaalde stad te spelen. Iieder carillon heeft volgens hem zijn charme Er zijn er wel grote verschillen tussen de verschillende klokkenspelen. Zo heeft het carlllon Groningen een grote klok van 8000 kilo, terwijl de klok van Leeuwarden maar 400 kilo weegt.
Maar één ding hebben de carillons gemeen, ze zijn zeer oud. Het klokkenspel van Leeuwarden dateert  uit 1684 Een uitzondering is Dokkum Daar is enkele jaren geleden een  leden een splinternieuw carillon in gebruik genomen.
Er  ziin nog twee klokkengieterijen in Nederland, die ook het onderhoud van de klokken doen In vroegere tijden maakten deze bedrijven ook andere produkten van minder aard, namelijk kanonnen.

Om elf uur vrijdagmorgen is Dirk uitgespeeld. Hij pakt zijn partituren , maakt de hond wakker en daalt via allerlei trappen weer naar de bewoonde wereld.
Voor de rest van de week worden door hem vervaardigde banden afgespeeld.  Mechanische muziek, maar van de hand van de man die één maal per week een live optreden verzorgd.

16 augustus 1993

Donker-2

LEEUWARDEN – Elke vrijdagmorgen omstreeks kwart voor tien bestijgt Dirk S. Donker de trappen van het monumentale Leeuwarder stadhuis. Waar de meeste bezoekers stoppen, in de Eekhoffzaal, daar gaat de stadsbeiaardier nog verder. Tot onder de hanebalken, die voorzien zijn van geschreven waarschuwingen als ‘pas op, want dit hout is hard. Dirk Donker weet al S’ irenlang de listen en lagen van et stadhuis letterlijk te ontlopen.

Het gaat niet altijd en overal goed. Ooit dreigde hij het slachtoffer te worden van een vallende klepel, 80 kilo zwaar, die uit het klokkenspel van de poldertoren in Emmeloord donderde. Gelukkig lag het beiaardiersdak nog tussen het brok ijzer en het hoofd van Donker in, zodat hij met de schrik vrij kwam. Een beiaardier maakt alüjd eerst een trimtocht van een variabel aantal traptreden voordat hij toekomt aan de uitvoering van een concert, maar daar hoort niemand Dirk Donker (52) over klafen. Eenmaal boven, onder de lokken en achter het instrumentarium, is hij de musicus die een eeuwenlange traditie in de Lage Landen voortzet.

Het Leeuwarder carillon, een jaar of twintig geleden uit de motteballen gehaald en weer in de stadhuistoren neergehangen (oorspronkelijk hoorden ze in de afgebroken Nieuwe Toren thuis), is betrekkelijk klein en licht vergeleken met klokkenspelen elders. Dat hangt samen met de torenconstructie. „De Dom in Utrecht is niet gebouwd maar wel geschikt voor een groot carillon, de Martinitoren in Groningen ook. Daar is de zwaarste klok 9000 kilo terwijl Leeuwarden het moet doen met eentje van 350 kilo”, vertelt de beiaardier.

Ze worden vaak gezien op weg van de ene afspraak naar de andere, van vergadering naar vergadering. Sommigen van hen ‘halen’ vaak de Krant vanwege hun functie, anderen bewegen zich buiten het publieke circuit en gaan betrekkelijk anoniem door het leven. Maar allen hebben ze één ding gemeen: ze zijn solist, elk op zijn of haar vakgebied. In deze serie wordt een aantal van deze Leeuwarders naar voren gehaald. Een klein portret van mensen in een middelgrote stad.

Dirk Donker zit trouwens met niet minder plezier in de hoofdstedelijke stadhuistoren dan waar ook in Nederland of Vlaanderen. Hoewel… „Als je in Mechelen speelt of in de toren van de Onze Lieve Vrouwekerk van Antwerpen, bij de Schelde, dan zit je op goeie hoogte. Je hebt dan ook een pracht van een historische omgeving om je heen. In Dordrecht hangt een betrekkelijk nieuw carillon en dat klinkt schitterend over het water daar.”

In Leeuwarden zit Dirk Donker wat te laag om de muziek over de hele (binnenstad te laten uitstromen, maar de naaste omgeving kan volop genieten. Donker, die de benarde financiële situatie van Leeuwarden kent, zegt lachend te hopen dat hij niet wordt weggesaneerd door een ambtenaar die genoeg heeft van het carillonspel. laar de traditie van de vrijdagse carillonbespeling moet koste wat het kost worden gehandhaafd.

Dirk S. Donker blijft het Leeuwarder carillon bespelen zolang hij niet wordt weggesaneerd. Foto LC/Paul Janssen

Vandaag is: