Schokbeton

Schokbetonschuur (montageschuur)

Raar woord, schokbeton.

Schokbeton makenBetonwerker Gerrit Lieve  merkte  dat het beton in zijn kruiwagen na een eindje hobbelen over de bouwplaats er heel anders uit ging zien.
En in die kruiwagen met dat kapotte houten wiel viel het nog meer op.
Alle luchtbelletjes waren eruit getrild. Het beton was veel gladder en werd uiteindelijk ook veel harder. Superbeton.

Samen met zijn compagnon Matthijs Leeuwrik ontwikkelde zij een schokproces door een oude wasmachine om te bouwen tot schokmachine.
Dit kon alleen in een fabriek en niet op de bouwplaats, dus kwam in 1932 in Zwijndrecht de eerste fabriek: ‘NV Schokbeton’.
Kant en klare betonpanelen. Prefab dus. En zij kregen hier patent op.
Meteen begonnen zij een tweede firma  NV Schokindustrie voor alle prefab grondwerk als rioleringsbuizen en funderingspalen in de grond.
Het liep als een trein.  Voorbeelden zijn Diergaarde Blijdorp en de Koopmansbeurs, beide te Rotterdam.

Net na de oorlog moesten er in de Noordoostpolder zo’n duizend schuren gebouwd worden.
Toevallig was NV Schokbeton net een nieuwe vestiging in Kampen begonnen. De tabaksindustrie in Kampen was op zijn retour, dus er was voldoende personeel te vinden.

De Directie had in de Wieringermeer al zaken gedaan met Schokbeton. De stalramen waren gemaakt en geleverd door Schokbeton. Voor de problemen in de nieuwe Noordoostpolder is de Directie met Schokbeton gaan brainstormen over prefab woningbouw.
Kampen was mooi in de buurt. Vandaar uit konden de prefab schuren zo de nieuwe polder in gereden worden. Prefab stond echter nog in de kinderschoenen, maar de nood was hoog.
Na lang gepraat kwam Schokbeton met het ontwerp van losse betonnen panelen die gekoppeld konden worden. Er werd geopperd dat als men deze panelen onbeperkt kan koppelen er misschien ook wel landbouwschuren gemaakt konden worden.
Er werd een bijdrage gevraagd van de Marshallhulp en men is voortvaren aan de slag gegaan.  Binnen een jaar was een geheel nieuw type schuur ontwikkeld.

De minister gaf toestemming om een honderdtal prefab schuren te bouwen. Om de kosten te kunnen vergelijken eiste de minister dat er ook een twintigtal van hetzelfde type gemetseld zou worden. De gemetselde schuren bleken 5% duurder uit te pakken,
Ook duurde een gemetselde schuur c.a. 3 maanden om te bouwen en een prefabschuur c.a. 3 weken. Het was zo’n succes dat men verder ging met het verfijnen van de elementen en heeft men vanaf  24 ha. boerderijen niets anders meer gebruikt.

De Noordoostpolder was de enige plek waar deze schuren voorkomen. Hun bijzondere architectuur en geschiedenis weerspiegelt de geest van de naoorlogse wederopbouwperiode.

Einde Schokbeton: In nog geen tien jaar tijd kreeg meer dan de helft van de Europese landen een schokfabriek. Daarna volgden Afrika, Azië en Amerika. In de jaren tachtig kwamen de eerste problemen. Door economische druk en nieuwe technische ontwikkelingen raakte het schokproces uit beeld. Schokbeton kwam in financiële moeilijkheden en overnames volgden. De merknaam en de fabriek in Zwijndrecht bleven bestaan tot 2006.  In oktober 2015 werden de poorten gesloten. Jammer. Een uniek bedrijf is verloren gegaan en behoort nu tot de geschiedenis.

Aan de rand, bij Ramspol, werd een leuke demonstratietoren gebouwd die een mooi uitzicht bood over de polder.


Schokbetonschuur ook wel Montageschuur

De schokbetonschuren lijken hetzelfde, maar er zijn verschillen :

generatie schokbetonschuur

3 generaties

  1. de eerste serie schuren (171 stuks) had de ribben aan de binnenkant, dus de buitenkant was glad.
    – 3 of 4 ramen in voorfront
    – 2 lengteversies (5 of 6 Spantvakken)
    – dakhelling 45 graden
  2. De tweede serie (417 stuks / 1951-1953) hadden de ribben in het zicht, dat oogde levendiger.
    – 1 breedtemaat
    – 3 lengteversies (4-5-of 6 spantvakken)
    dakhelling 45 graden
  3. De derde serie (390 stuks / 1954 – 1958) spanten van gelamineerd hout werden vanaf toen van beton waren gemaakt
    – 1 breedtemaat
    – 3 lengteversies  (4 – 5 of 6 spantvakken)
    – geveltoppen niet meer van beton maar een beschieting van eterniet of hout.
    – dakhelling werd (ook al bij een deel van de tweede serie) terug gebracht van 45 naar 40°.

Van deze schokbetonnen schuren zijn er in de polder 978 gebouwd op een totaal van 1799 agrarische bedrijven, waarvan 1577 landbouwbedrijven.

De topgevels

De eerste generatie schuren werden gebouwd in twee breedtematen (3 of 4 ramen in voorfront)  .
In de hoekjes aangepaste pas-elementen.

De 2e en 3e generatie had 4 of 5 vlakken

3-ramen.jpg

4-ramen.jpg

5-ramen.jpg

De lengte van de schuur

Lengte wordt uitgedrukt in het aantal spantvlakken.

  • 5 spantvlakken voor bedrijven van 24 en 30 ha
  • 6 spantvlakken voor bedrijven van 36 en 42 ha
  • 7 spantvlakken voor bedrijven van 48 ha of meer

spanten.jpg

De moduulmaat was 144 cm (3e serie 140 cm)
De keuze van die breedte is afgeleid van een Belgisch paard die door  een staldeur moest passen.
Met  twee deurposten werd dat 144 cm breed.
Een spantvlak bestaat uit 3 molules, dus 3 x 1.44 = 4,42 meter
Met deze drie panelen kon men eigenlijk de gehele onderbouw realiseren, dus de zij en voorgevels.

Natuurlijk waren er weer (kleine) variaties.

Ribben aan de binnenkant

Schokbeton schuur ribben binnenkant

Ribben aan de buitenkant

Schokbeton schuur ribben buitenkant

derde serie houten geveltop

Schokbetonschuur-met-boerderij.jpg

Overzicht van BOERDERIJTYPEN

bron: Kees Bolle
Type: Omschrijving Opp: Afm. Vak Ha. Bedr.Type: Stal Jaar Bijz. Dak
A 5 Gemetseld (Altern.) 406 18,26×22,26
5
30 Ha. Akkerbouw 1 1949 45
A 6 Gemetseld (Altern.) 485 18,26×26,58
6
42/48 Ha. Akkerbouw 1 1949 45
B 5 Gemetseld (Altern.) 370 16,66×22,26
5
24 Ha. Akkerbouw 1 1949 45
B 5-Dw. Gemetseld (Altern.) 608 16,66×22,26
5
36 Ha, Gemengd 1949 Dwarsstal Koeien 45
B 6 Gemetseld (Altern.) 442 16,66×26,58
6
36 Ha, Akkerbouw 1 1949 45
C 4 Zeeuws (Wolfskap) 176 10,00×19,30
4
12 Ha. 0-1-2/6 Gem. 1949/1950 45
C 4v Zeeuws (Wolfskap)Smal huis 176 10,00×19,30
4
12 Ha. 0-1-2/6 Gem. 1949/1950 45
C 5 Zeeuws (Wolfskap) 220 10,00×23,77
5
18 Ha, 0-1/6 Gem. 1949/1950 45
C 5v Zeeuws (Wolfskap)Smal huis 220 10,00×23,77
5
18 Ha, 0-1/6 Gem. 1949/1950 45
D 4 Zeeuws (Wolfskap) 164 10,00x
4
12 Ha. Akkerbouw 1949/1950 45
D 5 Zeeuws (Wolfskap) 216 10,00x
5
18 Ha, Akkerbouw 1949/1950 45
E Losse schuur met boograampjes J100 120 10,60×12,60 4 Ha. Proefbedr. 1948/1950 Fijne groenten
F Losse schuur met boograampjes Q103 256 10,60×21,56 10 Ha. Proefbedr. 1948/1950 Grove groenten
G
H Zeeuws Wolfskap+Schrootjes 322 10,00×23,77
5
12-18 Ha. Gemengd 1951/1953 Dwarssch. 23 Koeien 45
Hb var. Zeeuws Wolfskap+Schrootjes 345 10,00×24,22
6
12/4-18/2 Gemengd 1951/1953 Dwarssch. 15 Koeien 45
J 4 Zeeuws 164 10,00x
4
12 Ha. 1954/1957 45
J 5 Zeeuws 208 10,00x
5
18 Ha. 1954/1957
K 5(v) Zeeuws Smal huis 208 10,00x
5
Ha. 1953/1958 45
K z5 Zeeuws 221 10,00×23,77
5
12 Ha, 1953/1958 Zonder huis 45
K 6a Zeeuws 264 10,00x
6
18 Ha, 1953/1958 45
K 6f Zeeuws 252 10,00x
6
18 Ha, 1953/1958 45
M a Laatste Type Smal huis 314 15,58×20,54
5
>15 Ha. 1/6Gemengd 1954/1957 45
M b Laatste Type Smal huis 314 15,58×20,54
5
>15 Ha. >Akkerbouw 1954/1957 45
M c Laatste Type Smal huis 376 15,58×25,04
6
<21 Ha, 0-1/6Gem. 1954/1957 45
M d Laatste Type Smal huis 314 15,58×20,54
5
>15 Ha. 0-1/6Gem, 1954/1957 45
M e Laatste Type Smal huis 376 15,58×25,04
6
<21 Ha, 2/6Gemengd 1954/1957 45
M f Laatste Type Smal huis 376 15,58×25,04
6
<21 Ha, 3/6Gemengd 1954/1957 45
O b Dwarsstal 294 10,00×26,06
4
12 Ha, 4/6Gemengd 1958/> 45
O bw Dwarsstal 294 10,00×26,06
4
12 Ha, 4/6Gemengd 1958/> 45
O dw Dwarsstal 340 10,00×30,63
5
18 Ha, 4/6Gemengd 1958/> 45
P A1 Montageschuur I 395 17,85×21,80
5
30 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 45
P A2 Montageschuur I 473 17,85×26,12
6
42/48 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 24/2-3 Gemengd. 45
P B3 Montageschuur I 360 16,25×21,80
5
24 Ha. Akkerbouw 1 1949/1950 45
P B4 Montageschuur I 431 16,25×26,12
6
36 Ha, Akkerbouw 1 1949/1950 45
P C1 Montageschuur II 340 17,16×19,56
4
24 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 45
P C2 Montageschuur II 380 17,16×21,82
5
30 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953
P C3 Montageschuur II 415 17,16×23,88
5
36 Ha. >Akkerbouw 1 1951/1953
P C4 Montageschuur II 454 17,16×26,14
6
42 Ha, Akkerbouw 1 1951/1953
P C5 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
48 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953
P D1 Montageschuur II 397 17,16×22,85
5
24 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht
P D2 Montageschuur II 472 17,16×27,17
6
30 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953
P D3 Montageschuur II 547 17,16×31,49
6
36 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953
P D4 Montageschuur II 621 17,16×35,81
8
48 Ha. Akkerbouw 1 1951/1953 kop dicht
P D6/7 Montageschuur II 397 17,16×22,85
5
24 Ha. 1/6Gemengd 13 1951/1953
P D8 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
24 Ha. 2/6Gemengd 23 1951/1953
P D9 Montageschuur II 490 17,16×28,20
6
24 Ha. 3-4-5/6 Gem. 28 1951/1953
E10/11 Montageschuur II 450 18,60×23,88
5
30 Ha. 1/6Gemengd 17 1951/1953
P E12 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 2/6Gemengd 26 1951/1953
P E13 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
36 Ha. 1/6Gemengd 18 1951/1953
P E14 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
36 Ha. 2/6Gemengd 31 1951/1953 40
P E15 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 3/6Gemengd 27 1951/1953 40
P E16 Montageschuur II 612 18,60×32,52
7
48 Ha. 1/6Gemengd 25 1951/1953 45
P E17 Montageschuur II 531 18,60×28,20
6
30 Ha. 3-4/6 Gem. 33 1951/1953 40
P F1 Montageschuur III 314 17,53×17,64
4
24 Ha. Akkerbouw 1 1954/1962 40
P F2 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
30-36 Ha. Akkerbouw 1 1954/1962 40
P F3 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
42-48 Ha. Akkerbouw 1 1954/1962 40
P F4 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
24 Ha. 1/6Gemengd 13 1954/1962 40
P F5 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
24 Ha. 2/6Gemengd 23 1954/1962 40
P F6 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
24 Ha. 3-4/6 Gem. 27 1954/1962 40
P F7 Montageschuur III 392 17,53×22,05
5
30 Ha. 1/6Gemengd 16 1954/1962 40
P F8 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
30 Ha. 2/6Gemengd 26 1954/1962 40
P F9 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
36 Ha. 1/6Gemengd 19 1954/1962 40
P F10 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
36 Ha. 2/6Gemengd 30 1954/1962 40
P F11 Montageschuur III 470 17,53×26,46
6
30-36 Ha. 3/6Gemengd 32 19541962 40
P F12 Montageschuur III 699 17,53×26,46
6
34 Ha. 1/6Gemengd 32 1954/1962 (S30) met loopstal. 40
Q 6 Wieringermeertype 647 21,56×30,40
6
40 Ha. Akkerbouw 1942/1948
Q 7 Wieringermeertype 752 21,56×34,85
7
48 Ha, Akkerbouw 1942/1948
S 6 Wieringermeertype 533 17,50×30,45
6
24 Ha. 3/6Gemengd 1942/1948
GROENTE-EN FRUIT
F 256

Nemaho – Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructies

De spanten, kniespanten en de dakconstructie van alle N.O.P. boerderijen zijn van gelamineerd hout van het fabrkaat NeMaHo Ned. Mij

De Nemaho was een fabriek voor gelijmde, houten spanten in Doetinchem. Zij heeft bestaan van 1921 tot 2009.
De naam Nemaho is de afkorting van (Eerste) Nederlandse Maatschappij voor Houtconstructies. Zo op het oog de naam van een gewone timmerfabriek, maar ‘gewoon’ was de Nemaho in veel opzichten niet. Want hoewel de Nemaho thuishoorde in het rijtje bekende Doetinchemse bedrijven als Misset, Vredestein, Papierfabriek Doetinchem en Beccon, zullen niet veel buitenstaanders vermoeden dat de Nemaho op bijna alle continenten gebouwen heeft neergezet.
Bovendien was Nemaho jarenlang een pionier in haar branche.
Er was veel werk voor het herstel van oorlogsschade in het hele land en voor de verdere opbouw van de Wieringermeer- en Noordoostpolder.
Bij de inkoop van het materiaal moest door de schaarste vaak contant of zelfs vooraf worden betaald. Prijzen waren het meervoudige van voor de oorlog en de lonen waren ongeveer verdubbeld

Procedé schokbeton

De bouw van een Schokbeton schuur

Omroep Flevoland opname met de Schokbeton kenner bij uitstek: Kees Bolle

Links

Schokbeton schuur

foto A.J van der Wal

De eerste generatie is alleen maar in Akkerbouw uitgevoerd (PA2 schijnt incidenteel nog te zijn uitgevoerd als 24ha 2/6 en 3/6 graslandverplichting) omdat de houten spanten van buitenmuur naar buitenmuur lopen en men geen hout in de stal wilde hebben.
Al deze verschillende typen montageschuren zijn natuurlijk ook nog uitgevoerd als spiegelbeeldvarianten.

De tweede generatie kent veel varianten en bij de derde generatie maar drie Akkerbouw varianten en dan maar twee schuurafmetingen voor de gemengde bedrijven.
Hierdoor streefde men naar een grote besparing. Het type PF12 is maar eenmalig uitgevoerd als proefbedrijf. (Kavel S 30)

Prefab boerderijplattegronden  PLATTEGRONDEN 1e GENERATIE

PLATTEGRONDEN 2e GENERATIE

3e generatie


klik voor pdf’s

OPBOUW PANELEN VAN DE VERSCHILLENDE GENERATIES


1e Generatie
Vanaf 1949 zijn er 120 stuks Beton schuren gebouwd in twee breedte maten (3 of 4 Ramen in voorfront)en twee lengtematen (5 of 6 Spantvakken) Omdat de spanten van buitenmuur naar buitenmuur zijn geplaatst komt in dit type geen Gemengd bedrijf voor. (Men wild geen houten spanten in de stal) Dakhelling 4gr.Deze types hebben de buitenkant glad. Er zijn om een vergelijk te kunnen maken ook 24 stuks gemetseld. Deze waren slechts 5% duurder. Maar met een gebrek aan metselaars en metselstenen was de keus niet zo moeilijk. Bovendien een gemetselde schuur duurde drie maanden en een montageschuur maar drie weken om te bouwen. Van de 120 stuks die gebouwd zijn waren er zo’n 90 st. voor pachters en de andere 30 st. zijn gebouwd aan de westkant van de polder als “Cultuurbedrijf”. Meestal bouwde men aan het begin van de weg zowel links als rechts een erf met alleen de schuur. een arbeidersblokje van twee was voor de bedrijfsboer en zijn opzichter.


2e Generatie
Bij de tweede generatie zijn een spant aan de buitenmuur en een spant langs het magazijn of stalgedeelte geplaatst zodat de stal vrij van spanten bleef. De betonpanelen zijn hier met de gladde zijde naar binnen geplaatst en de karakteristieke ribbels buiten. Dakhelling is bij akkerbouwbedrijven 45gr. en 40gr. bij Gemengde bedrijven. Moduulmaat 144 cm. Spantvakken van 4 tot 7 en in twee breedten (4 en 5 raampjes) Bij Veebedrijven staan middels een spoelkeuken de woningen altijd vast aan de schuur gebouwd.(dwars) Van deze generatie zijn wel zo’n veertig verschillende uitvoeringen gebouwd. En dan waren ze ook nog in speigelbeeld. Alleen gemengde bedrijven van meer dan dertig hectare hebben een voorpaneel van 144 cm. breed meer.


3e Generatie
Vanaf 1954 is de derde generatie gebouwd, deze zijn allen met een 40 gr. dakhelling gebouwd hierbij zien we de topgevels in hout of eterniet met twee deurtjes voor het naar binnenvoeren van de schoven. (Bij de bouw was dit echter al bijna achterhaald) De houten spanten zijn vanaf de goothoogte met beugels op de betonnen staanders geklemd. Bij deze typen hebben we maar één breedtemaat en 4-5-6- Spantvakken. De moduulmaat van de betonelementen is hier 4 cm. versmald naar 1,40 mtr. Begin 50 er jaren is men erg doende geweest met bezuinigen op de bouwkosten. Niet op de kwaliteit, maar wel op vereenvoudiging. Tierelantijntjes zoals gootklossen en wolfskapjes dakoverstekken e.d. waren helemaal uit.

Gemetseld alternatief

Omdat de prefab-bouw na de oorlog nog in de kinderschoenen stond, gaf de minister toestemming om de eerste 120 prefab Schokbetonschuren te bouwen. Daarnaast wilde hij dat er ongeveer twintig schuren, met dezelfde opzet als de prefabvarianten, op traditionele wijze gemetseld zouden worden.

Na de bouw bleek dat deze gemetselde schuren circa 5% duurder waren dan de prefab schuren. Dat prijsverschil vond men nog acceptabel, maar de bouwtijd vormde een groter probleem: de gemetselde schuren vergden ongeveer drie maanden, terwijl de prefab schuren – van fundering tot volledige afbouw – in slechts drie weken gereed waren.

Daar kwam bij dat er nog altijd een tekort was aan metselaars en bouwmaterialen. Aanvankelijk was het plan om slechts één serie prefab schuren te bouwen en daarna weer terug te keren naar de traditionele bouwmethode. Het succes van de prefab schuren bleek echter veel groter dan verwacht, waardoor men besloot door te gaan met de prefab-bouw.

Het Marshallplan

Waarschijnlijk zijn er ook Marshall-dollars gebruikt bij de ontwikkeling van de prefab boerderijen.