Oud Kraggenburg

Lichtwachterswoning

Oud-Kraggenburg-2036x1900-1Oud Kraggenburg was een kunstmatig aangelegde lange strekdam in de voormalige Zuiderzee, dus nog voor dat de Noordoostpolder werd drooggelegd.
Het moest er voor zorgen dat schepen veilig langs deze strekdam naar de haven van Zwolle konden worden geleid.Op het eind van de strekdam was een lichthuis.

Tegenwoordig ligt deze vuurtorenwoning midden tussen de bollenvelden of aardappelland in de polder.

vlcsnap-2019-04-25-13h43m26s387.jpg

Oud Kraggenburg ligt nu prachtig in de bollenvelden. De polder op z’n mooist.
Dronefoto genomen door Nick van Dokkumburg (25-4-2019)

Oud Kraggenburg

Wat is het niet !

Oud-Kraggenburg

Oud Kraggenburg en Schokland worden vaak in één adem genoemd, maar het zijn twee totaal verschillende dingen.

  • Schokland was een eiland in de Zuiderzee, verzwolgen vanaf 1859 maar nu weer herkenbaar in de drooggevallen Noordoostpolder.
  • Oud Kraggenburg was een kunstmatig aangelegde lange strekdam in de voormalige Zuiderzee.

Oorsprong

Kampen lag direct aan de IJssel en had daardoor een goede verbinding met de Zuiderzee.
Zwolle echter was voor de scheepvaart slecht bereikbaar via het Zwarte Water. Een vaargeul die snel verzande.

Omdat Zwolle  in het midden van de 19e eeuw grootse plannen had, zocht het een oplossing en schreef een prijsvraag uit.
Op die prijsvraag kwam slechts één reactie binnen van een 28-jarige ingenieur van Rijkswaterstaat, Ir. Benjamin Pieter Gesienus van Diggelen.

Hij wilde twee leidammen aanleggen in het Zwolse Diep, vanaf de monding van het Zwarte Water ongeveer 6 kilometer de Zuiderzee in.
Aan het eind van deze leidammen was een ruime vluchthaven gepland, geschikt voor wel zeventig schepen en daarbij een terp met daarop een lichtwachterswoning.

Toen in 1848 het project klaar was, werd er een lichtwachter gezocht. Hendrik Winkel ging met vrouw en kinderen in de woning aan het eindpunt van de zuidelijke leidam wonen.

Hij verdiende zeven gulden per week en woonde gratis.
Hij moest tol heffen, liggeld innnen, de lichten ontsteken en de boel onderhouden.

Voor de aanleg van de leidammen werden ‘kraggen’ gebruikt: drijvende stroken vast ineengegroeide zoden van riet en waterplanten. Die kraggen waren voor een spotprijs te koop in de omgeving van Wanneperveen, Dwarsgracht en Giethoorn.

Het verhaal wil dat een schipper (Jacob Bruintjes) op een gegeven ogenblik op de aangevoerde kraggen rondsprong en schreeuwde: “De Kraggenburcht.

Rijkswaterstaat nam in 1875 de ernstig verwaarloosde dammen en de havenmeesterswoning over.
De tolheffing werd afgeschaft en de waterweg werd verbeterd.
De lichtwachterswoning werd afgebroken en in 1877 werd een nieuwe woning gebouwd, het huidige Oud-Kraggenburg, op een verhoogde terp van 4.50 meter boven Amsterdams Peil.

Het gebouwtje is inmiddels in particuliere handen
en is na een inspannende periode door de nieuwe eigenaar ingrijpend gerestaureerd.
De woning is technisch zeer interessant
omdat in het inwendige van het huis een gietijzeren constructie is opgenomen die de koepel draagt.

Deze tekst komt van de website www.kraggenburg.nl waar nog veel meer informatie over Oud Kraggenburg staat.

vlcsnap-2019-04-25-13h45m02s830.jpg

Utrechts volksblad : sociaal-democratisch dagblad
25-10-1940

automatische tekst scan uit krant.

De klok van Kraggenburg zwijgt….

Een nieuwe vaargeul bij het Kampereiland

Eerst was er een ketting, nu ligt er een dijk

Achter het veerhuis van Genemuiden loopt een smal grintpad over het zomerdijkje van het Zwartewater. Het is over land de enige toegangsweg tot „De Ketting”, de eenzame terpwoning van den bakenmeester van het Zwolsche Diep. Die woning heeft haar naam ontleend aan een zware ketting, die in na-middeleeuwse tijden het Zwartewater overspande. De vissers van Vollenhove en van Genemuiden konden met hun niet-diepgaande botters en buizen zonder bezwaar over die ketting heenvaren, maar de met turf beladen Friese tjalken, de beurtvaarders van Amsterdam en de grote koopmansschepen moesten vóór de ketting hun cijns betalen. Was die tol betaald, dan zakte de ketting en lag de veilige vaarweg naar Genemuiden, Zwartsluis en Kampen voor hun open. Bakenmeester Klaver heeft gisteren een historische daad verricht. Hij is met zijn boot het Zwolsche Diep uitgevaren, tot voorbii Kraggenburg, om daar de vier rode buitentonnen van het Zwolsche Diep weg te halen. De vier buitentonnen en een aantal raambakens liggen thans op de werf van „De Ketting”. Zij zullen de scheepvaart niet meer van dienst zijn. De toegang tot het Zwolsche Diep is verlegd tot zes kilometer dichter onder de wfcl. Sliedrechtse molens vraten daar een stuk van de zuiderdam weg en baggerden voorts een diepe vaargeul langs de meerdijk van de toekomstige noordoostelijke polder, zestien kilometers lang, tot voorbij de Ramspol. Aan de havenkantoren en aan de sluizen is de bekendmaking aangeplakt. De scheepvaartroute naar het Zwolsche Diep en het Zwartewater is verlegd: alles wat vaart heeft thans reeds rekening te houden met de groeiende noordoostelijke polder, welks machtige dijk zich gaat sluiten.

Naar Kraggenburg
Bakenmeester Klaver is geboren in Wanneperveen, op een klein stukje grond, dat zijn voorouders het omringende water betwistten. Geef dezen bakenmeester een boot en een klein lapje zeil en hij brengt u overal, waar u wezen wilt. Achter het mastje met het vierkante sprietzeil zijn wij op deze historische dag het Zwolsche Diep voor een laatste maal uitgevaren. Aan het einde van de zuidelijke pier hebben wij voet aan land gezet. Op Kraggenburg, dat na eeuwen zijn betekenis voor de scheepvaart heeft verloren. Het vuur van Kraggenburg. na 10 Mei gedoofd, zal nimmer meer worden ontstoken en de mistbel, „de klok van Kraggenburg”, heeft alleen voor ons plezier nog een kwartier lang ziin monotone slagen doen horen. De bakenmeester-vuurtorenwachter is van een deel van zijn dagtaak ontslagen. Zijn tochten naar Kraggenburg, waar in deze tijd van het jaar eens in het etmaal het windwerk van de mistklok moest worden opgedraaid, zullen van nu af tot het verleden behoren. Het werk aan de zuidoostelijike polder is hervat en de machtige dijk in het voormalige Zuidersop zal weldra voltooid zijn. Van de Voorst tot aan de Ramspol is het een-enal bedrijvigheid. Een echte Hollandse bedrijvigheid van polderjongens met baggermolens, zandbakken, kranen en sleepbootjes. Daar wordt gewérkt! Daar wordt het water bekampt en daar wordt land gewonnen. Gestadig en toch ook verrassend snel! In het Land van Vollenhove hebben de koeien zich reeds gevoed met hooi en gras, gewonnen op een plaats, waar vroeger water was! Op het 140 m.-brede dijklichaam staan de oppers klaar om te worden binnengehaald en op de aangrenzende proefvelden worden reeds bieten gerooid! Halverwegen het Zwolsche Diep groeit de dijk langzaam dicht. Sleepboten voeren volle bakken aan, de* zandzuigers werken zonder onderbreking zo lang als het dag is.

Het laatste gat
Tussen Schokland en het voormalige eiland Urk is nog een hiaat van circa 800 m., maar voor we een half jaar verder zijn, kunnen de gemalen bij De Lemmer, Urk en Vollenhove al in werking komen. Vijftigduizend hectare vruchtbare grond zullen na vreedzame strijd aan Nederland worden toegevoegd!

Voorlopig vinden in deze hoek nog 500 man arbeid. In het stadje Genemuiden brengt dit polderwerk welvaart en het werkloosheidsprobleem is er opgelost. Voorlopig althans. ; Want in het Veerhuis spreekt men met enige weemoedigheid over vroegere tijden, toen Jan de Roeper nog rondging met zijn bel en iedereen een dikke boterham verdiende aan de schol, aan de bot en aan de verse garnalen, die hier uit zee werden aangevoerd. Die tijd komt nooit meer terug, maar Genemuiden behoeft geen vergeten stadje te worden, zomin als Vollenhove. Scheepvaartverkeer zal er altijd blijven en in het nieuw-gewonnen land zal werkgelegenheid te over zijn. Achter de rietpluimen van het Kampereiland werkt een volk aan zijn toekomst!

De mistklok van Kraggenburg zal nimme meer luiden…. (Foto Pax.