Historische ontwikkeling en tijdsbeeld

 

De ontwikkeling van de polder, de stad en de dorpen

 

Hiërarchie polder, stad en dorpen
De Noordoostpolder kent een hiërarchische opzet. Dit is het sterkst tot uitdrukking gekomen in de opzet van het wegen- en watersysteem, dat van groot naar klein loopt. Wat bijvoorbeeld opvalt is de ordening van agrarische bedrijven naar grootte. De grote polderbedrijven liggen centraal, de kleine polderbedrijven aan de randen. De opzet van de kernen was niet minder hiërarchisch. Eén centrum met streekverzorgende functie en dorpen rondom.

 

verkaveling
Luchtfoto verkaveling. Bron: gemeente Noordoostpolder

 

Dorpenpatroon


De afstand tussen de dorpen werd voor een belangrijk deel bepaald door ervaringen in de Wieringermeerdorpen, door theoretische beschouwingen en landbouw technische overwegingen. Om de afstand te bepalen in de Noordoostpolder werd hoogstwaarschijnlijk ook gebruikt gemaakt van de theorie van de Duitse geograaf Christaller. Christallers centrale plaatsentheorie ging uit van de afstand tussen plaatsen door te verwijzen naar de afstand van kernen in bestaande verzorgingsgebieden. Hij ging uit van een kernenhiërarchie van steden, verzorgingskernen en gewone kernen. Daarnaast leidde hij uit de praktijk vaste afstanden tussen de kernen af, die hij in een hexagonaal systeem vatte. Dit patroon sluit goed aan bij de vorm en het verkavelingsplan van de Noordoostpolder. Er zijn tekeningen bewaard gebleven van Architect L. Brandts Buys, uit 1942 (NLE), die veel gelijkenis vertonen met de schema’s van Christaller.
De afstand tussen de dorpen werd daarnaast bepaald door de ervaringen in de Wieringermeer, waar de afstand van vier tot vijf kilometer al snel klein bleek. Dit leidde tot een patroon met een centrumstad en tien dorpen. Er lag gemiddeld vijf tot acht kilometer tussen de kernen.

25-211
Schema Christaller (bron: onbekend)

 

De afstand tussen de dorpen werd daarnaast bepaald door de wijze waarop bewoners, arbeiders en boeren zich verplaatsten tussen de landbouwbedrijven, de dorpen en de stad. Welgestelde boeren hadden spoedig een auto, maar de boerenarbeiders moesten fietsen. Er waren nog geen brommers, dus werden fietsafstanden bepalend voor de afstand tussen de dorpen en de stad. Dit leidde tot een patroon met een centrumstad en tien dorpen. Er lag gemiddeld vijf tot acht kilometer tussen de kernen. Er zijn plannen geweest voor vijf dorpen, zes dorpen en zelfs voor gehuchten, en dus grotere afstanden tussen de kernen onderling. Wat hierbij opvalt is dat bijna alle plaatsen op een kruispunt van weg en water zijn ontwikkeld.

Sociografisch onderzoek en Planologische Commissie
Voor de polder, de stad en voor elk dorp is vóór de ontwikkeling een ‘survey’ geschreven. Dit is een sociografisch onderzoek met onderbouwing waarop de ruimtelijke planning kon worden gebaseerd. Voor die tijd was dat een vernieuwende manier van werken. Zo was het onder meer de bedoeling dat de bevolking een afspiegeling van de Nederlandse bevolking zou zijn. Eén van de Nederlandse pioniers op het gebied van de ‘survey’ was Van Lohuizen, medeorganisator van het Internationaal Stedenbouwcongres. Van Lohuizen hechtte groot belang aan de kennis omtrent de ontwikkeling van de bevolking in een regio. Door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen te becijferen en te vergelijken met andere regio’s kwam men voor de hele polder op een inschatting van 25.000 tot 30.000 inwoners, waarvan 16.000 tot 22.000 in de kernen en 8.000 tot 10.000 in de Polderstad. Dankzij de survey konden richtlijnen worden opgesteld voor de dichtheid, positionering en ontwikkeling van de landbouw, de bedrijven, winkels, aantal woningen, kerken, samenstelling van de bevolking etc.

 

‘’Het volk was hier gescheiden hoor. Arbeiders en mensen die bij de Directie werkten, woonden in de Rietstraat. De ambtenaren in de Zeeasterstraat. En in de Lisdoddestraat, wat later de Espelerlaan werd, woonden de boeren die op een boerderij wachtten. En dat was ook zo bij de Plattelandsvrouwen. Mijn moeder wilde nooit bij de Plattelandsvrouwen, want daar kwamen, vooral in het begin, meest boerinnen. Die hadden het hart een beetje hoog, die voelden zich veel meer. Dat is nu niet meer zo hoor. Ik heb lak aan zoiets. Het zal mij een zorg zijn of het een boerenvrouw of een doktersvrouw is die naast me zit. Het is heel erg geweest in het begin. Je ging niet met iemand uit die andere straten om. Ik vond dat heel erg, maar goed, ik heb het overleefd.’’
Landschapsbeheer Flevoland, interview van Willy Heukers-ten Bosch met mevrouw Engelien Wagenaar-Damstra, 1 december 2008 (Bron: http://www.flevolandsgeheugen.nl )

 

De ontwikkeling van de stad en de stadsgebieden

Het definitieve plan van Pouderoyen werd goedgekeurd door de Planologische Commissie van de Wieringermeerdirectie, die in 1947 voor de Noordoostpolder in het leven was geroepen. In deze commissie hadden ook Verhagen en Granpré Molière zitting. Pouderoyen gebruikte veel elementen uit het eerste plan dat in 1939-1940 door Verhagen werd getekend. Als volgeling van Granpré Molière hield hij vast aan de traditionele stedenbouw van de Nederlandse polderstad. Typisch zijn bijvoorbeeld de singelgracht en het traditionele stads-silhouet met de poldertoren (watertoren).

 

1947-1959: Planologische Commissie Wieringermeerdirectie

 

‘Bevorderen en beoordelen van de ontwerpen van de Nederzettingen in de Noordoostpolder’

Voorzitter & hoofd directie Wieringermeer: Smeding
Stedenbouwkundigen: Granpré Molieré, Verhagen
Sociografisch adviseur: Hofstee
Hoofd Afd. Inrichting IJsselmeerpolders: vd. Bom
Openbaar lichaam ‘de Noordelijke Polder’: Blaauboer
Sociaal economische afdeling Directie: Groenman en Minderhoud
Landbouwkundige afdeling: Steen
Secretaris Directie: Ebbens
Staatsbosbeheer: Boodt, Malsch, Overdijkink
Landschapsarchitect en adviseur Staatsbosbeheer: Bijhouwer
Ministerie Verkeer en waterstaat: Aangenendt
Rijksdienst voor het Nationale Plan: Boissevain, Burger, Winsemius

Bron: Nieuwe dorpen op nieuw land
04 Goedgekeurd plan DWM811  
Goedgekeurd plan, 1947-1948, Ir. Pouderoyen. (bron: NLE)  
Hoogte 31.48 - 10-04-1958-2  
14 a Nieuwbouw Emmeloord 1943
Poldertoren in de steigers, 1958 (bron: Gemeente Noordoostpolder) Nieuwbouw Emmeloord 1943 (bron: ANP Historisch  Archief)
  oorspronkeleijke plan 1 3
Hoogte 52 NAP - 19-09-1958
Bouwfoto Poldertoren, 1958 (bron: Gemeente Noordoostpolder) Het oorspronkelijke plan (donkerrood)  is nog altijd goed beleefbaar, onder andere door de vaarten en het stadsbos, die het gebied markeren. Nieuwe stadsgebieden (roze) hebben zich ontwikkeld rond de stadskern. De groene mantel (donkergroen getekend) vormt een duidelijke grens tussen de polder (wit) en de nieuwe bebouwingsschil

 

 

De bouw van Emmeloord startte na de Tweede Wereldoorlog en droeg in belangrijke mate bij aan de wederopbouw van Nederland na de oorlog. Het oorspronkelijke plangebied van Emmeloord heeft zich gestaag ontwikkeld binnen de vaarten en over de vaart.
Het overgrote deel van de openbare ruimte en bebouwing van het oorspronkelijke plan is nog aanwezig en goed herkenbaar. Wel hebben ontwikkelingen als de groeiende bevolking, de toenemende betekenis van de stad als regionaal voorzieningen- en bedrijvencentrum, het toenemend autogebruik en het verdwijnen van de handel via het water, veranderingen gebracht in het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn bijvoorbeeld nieuwe woon- en werkgebieden ontwikkeld. Er is veel ruimte gemaakt voor parkeren. Het doorgaand verkeer vanaf de Boslaan en de Nagelerweg wordt nu rond de Deel geleid en er zijn nieuwe gebouwen geplaatst op diverse open plekken, waaronder langs de oevers van de vaarten. Aan de noordzijde van de stad is een eerste tracé aangelegd van de noordelijke randweg.
Als deze in westelijke richting wordt door-getrokken en aangesloten op de Espelerweg, zal een nieuwe rondweg gerealiseerd zijn.

We onderscheiden de volgende periodes en samenhangende stadsgebieden in de ontwikkeling van Emmeloord:

 

Periode 1943-1950

  • De eerste huizen van Emmeloord in aanbouw in het jaar 1943.
  • Aan de Distelstraat waren de eerste bedrijven en winkels gevestigd.
  • Later nam de Lange Nering de winkelfunctie over. Ook auto’s waren hier nog welkom.
  • De Beursstraat was eerder de volwaardige verbinding van de Boslaan met de Nagelerweg. Nu wordt het verkeer omgeleid.

 

1,4 c Beursstraat 1959 1,4 d Lange Nering 1,4 b Distelstraat 1949
Beursstraat 1959 Lange Nering Distelstraat 1949
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vanaf 1950

  • De luchtfoto laat zien hoe ver de stad ontwikkeld was in 1950.
  • De stad wordt volwassen, met een eigen burgemeester en een gemeentehuis voor de hele polder.
  • Ook heeft Emmeloord een eigen beursgebouw.

 

 

De eerste burgemeester F.M. van Panthaleon
baron van Eck 1962
1,4 b noordoostpolder 14B 300x410 1,4 c visserplein gemeentehuis 1961
Gemeentehuis Visserplein 1961
1,4 a luchtfoto 1950 1,4 d beursgebouw 1952
Beursgebouw 1952
Luchtfoto 1950  

 

1,4 a ansicht1 ansicht2
Zicht op de poldertoren jaren 60, Groeten uit Emmeloord jaren 60, Groeten uit Emmeloord jaren 70, Ziekenhuis 1972, De Golfslag
1,4 a luchtfoto 1972    
 Luchtfoto 1972    

 

 

 


V

 

Vanaf 1950 woon- en voorzieningenstad

  • In het begin zijn de kerkelijke stromingen nadrukkelijk in beeld.
  • Later toont de stad zich als geheel. Er worden met name beelden getoond van De Deel en de poldertoren.
  • Vanaf de late jaren zestig presenteert de stad zich als plezierige woonstad, met voorzieningen als een modern verzorgingstehuis en een groot ziekenhuis.

Vanaf 1950 woon- en voorzieningenstad

  • Opvallend is dat Emmeloord zich nauwelijks presenteert als landbouwstad, werkstad of industriestad, maar vooral als woon- en voorzieningenstad.

 

Woongebieden 1960 – 1985

Uitbreidingen buiten het oorspronkelijke plan (vanaf de jaren zestig)
De uitbreidingen van de oorspronkelijke stad waren ruim opgezette middenstandswijken met bijbehorende woningen en appartementen.
Inmiddels zijn de woningen deels verouderd en voldoet een aantal woningen niet meer aan de huidige vraag. Er ligt in delen van deze wijken, maar ook elders, een aanzienlijke herstructureringsopgave.

 

1,4 a planwest luchtfoto 1,4 d Europalaan
Plan West luchtfoto (bron: http://www.Emmeloord.info ) Europalaan (bron: http://www.Emmeloord.info )
1.4 c Donaustraat 1.4 b Plan West
Plan West, Donaustraat (bron: http://www.Emmeloord.info ) Europalaan (bron: http://www.Emmeloord.info )

 

‘Bloemkool’wijken

Na de jaren zestig kwam er steeds meer kritiek op de traditionele en modernistische stedenbouw. In het spoor van nieuwe ideeën over democratie, milieubewustzijn en emancipatie ontstond een afkeer van de top-down benadering uit de periode 1945-1965. Zo ontstond er in de jaren zeventig een ontwerpstroming, met oog voor de menselijke maat. Er werd gepleit voor kleinschaligheid, diversiteit, ontmoeting en het wonen in laagbouw. Deze wijken worden gekenmerkt door een vrijheid in wonen die tot uitdrukking komt in een eclectische vorm van architectuur (verschillende bouwstijlen) en een grillige stedenbouwkundige structuur. Dit leidde tot bijnamen zoals bloemkoolwijken of ‘easytowns’. Het stedenbouwkundig ontwerp is niet hiërarchisch opgezet. Voor de bezoeker is de oriëntatie niet eenvoudig.

De uitbreidingen na 1970, zoals De Zuidert en Espelervaart (met name het westelijke deel) zijn zogenoemde ‘bloemkoolwijken’. Deze wijken zijn opgebouwd uit hofjes en woonerven, met kronkelende straten en paden. Vaak is er een enkele hoofdontsluiting in de vorm van een ringweg, die meestal alleen is te herkennen aan de verharding met asfalt. De woonbuurtjes en hofjes zijn verbonden aan deze ringweg en hebben vaak een dood- of rondlopende straat. Hierdoor zijn de woongebieden relatief autoluw.

 

DNA Emmeloord voorbeeld bloemkoolwijk De Zuidert 1,4 a De Zuidert Berkhoutlaan
Voorbeeld ‘bloemkoolwijk’ De Zuidert Berkhoutlaan

 

 

Woongebieden na 1985: de Vinex-tijd en de tijd van het Wilde Wonen  

Groei naar het noorden
Na de jaren tachtig startte de bouw van de uitbreidingswijken naar het noorden van Emmeloord. De behoefte aan woningen was nog altijd aanwezig. De nieuwe schil rond het oorspronkelijke plan sloot zich aan de noordflank.

Bouwen in de tijd van ‘Vinex-wijken’
Waterland en Emmelhage zijn gebouwd ten tijde van de uitvoering van de ‘Vinex’. Vinex is de afkorting voor Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota ruimtelijke ordening van het Nederlandse ministerie van VROM uit 1991. Deze nota, een vervolg op de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening uit 1988, bevat uitgangspunten voor de bouw van nieuwe woningen vanaf 1995. Het gaat om een totale woningbouwtaak van 634.800 woningen tot aan het jaar 2015.
Het betreft veel grote nieuwbouwlocaties, die projectmatig zijn aangewezen en uitgevoerd in overleg tussen rijk, provincies en gemeenten. De locaties zijn vaak monofunctioneel (alleen woningbouw) en omvatten veel dezelfde woningen in rijtjes.
(bron: Wikipedia)

Lang niet alle wijken uit deze periode zijn zogenaamde ‘Vinex’-wijken. De twee woonwijken in Emmeloord van na 1985 zijn in principe te kleinschalig om te behoren tot deze categorie. Toch ademen Waterland en Emmelhage aan de rand van de stad de sfeer van een ‘Vinex’-wijk. Er staan bijvoorbeeld veel reeksen van dezelfde woningen en de wijken hebben nog geen eigen voorzieningen.

 

1,4 b voorbeeld Vinex Waterland in Vinex-tijd gebouwd
 Voorbeeld ‘Vinex’-bebouwing Waterland

 

Bouwen volgens de ideeën van ‘Het Wilde Wonen’

Het Wilde Wonen is een radicaal concept dat vooral is uitgedragen door de architect Carel Weeber. Hij introduceerde het begrip in 1997 in een interview met Bernhard Hulsman, redacteur van het NRC Handelsblad. Een jaar later werd door Weeber tevens een boek gepubliceerd met de titel ‘Het Wilde Wonen’. Het Wilde Wonen was onder meer gericht tegen het door Weeber zelf geïntroduceerde fenomeen van de ‘staatsarchitectuur’, waarbij bewoners allemaal in dezelfde huizen wonen en nauwelijks de kans krijgen zich te onderscheiden. Voorbeelden hiervan zijn zeeën van identieke rijtjeshuizen, vaak geassocieerd met ‘Vinex’-wijken. Tegenover deze tendens van ‘allemaal in hetzelfde huis wonen’ stelt Weeber dat bewoners zelf zouden moeten bepalen hoe hun huis eruit ziet, opdat ze hun eigen gang kunnen gaan en daarbij niet gehinderd worden door beknellende wetten en regelgeving. In Emmelhage zijn deze ideeën op bescheiden wijze terug te herkennen in veel vrijstaande woningen met een eigen karakter.

 

1,4 a Emmelhage Jeanne D'arclaan 1,4 b borneo
Emmelhage, Jeanne D’arclaan Voorbeeld van bouwen volgens de ideeën van ‘Het Wilde Wonen’

 

Bedrijventerreinen in het oorspronkelijk plan en na 1960

De eerste bedrijfsgebouwen in Emmeloord zijn gelegen aan de Urkervaart en maken onderdeel uit van het oorspronkelijke plan. Ze werden gebouwd voor 1960. Aan de straatzijde bepaalden de stevig beplante en ruime groene polderstraten het beeld. Het vervoer over het water was toen nog van groot belang. Langs de Nagelerweg waren meer zichtlocaties, daarachter bedrijfsgebouwen, waar de nadruk meer lag op functionaliteit dan zichtbaarheid. Langzamerhand verloor het transport over het water betekenis en werd transport over de weg belangrijker. De waterzijden werden achterzijden. De voormalige ‘voorkanten’ aan het water werden meer en meer gebruikt als ‘achterkanten’ en verrommelden. Vervolgens werden de nieuwe representatieve bedrijventerreinen langs de nieuw aangelegde snelweg gelegd. Nu bepalen de bedrijven vanaf de snelweg grotendeels het beeld dat passanten van Emmeloord hebben.

1,4 a Urkervaart 1,4 b Veerkade met Schippersbeurs
Urkervaart op de achtergrond (bron: http://www.emmeloord.info ) Schippersbeurs aan de Urkervaart (bron: http://www.emmeloord.info )

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Historische ontwikkeling – Entrees en randen

Oorspronkelijk kwamen bezoekers Emmeloord binnen via de zorgvuldig vormgegeven entrees van het stadskruis en het polderkruis. Van drie zijden, noord, oost en west, kwam men eerst door de groene mantel. Vanuit het zuiden was er ruim zicht op het stadsfront aan het water. Deels in de buurt van de bruggen markeerden vrijstaande modernistische gebouwen met een maatschappelijke functie de entrees.
De aanleg van nieuwe wijken heeft de entrees veranderd. Het zorgvuldig vormgegeven moment van de stad binnenkomen, bij de brug en een belangrijk gebouw, is van betekenis veranderd. Nu zijn het entrees vanuit de nieuwere wijken naar het oorspronkelijke plan. De nieuwe entrees zijn minder helder vormgegeven, hoewel er deels wel een nieuwe groene mantel werd aangelegd als overgang van de stad naar de polder. Een belangrijk openbaar gebouw ontbreekt echter vaak. De komst van de rijksweg veranderde veel. Omdat het aantal afritten beperkt is, is een aantal oorspronkelijke entrees in belang afgenomen. Anderen werden juist belangrijker. De zuidoostelijke
entree vanaf de snelweg gaat nu via een eerder ondergeschikte entree via het bedrijventerrein.

1,4 a bailybrug 1,4 b ziekenhuis
Baileybrug over de Espelervaart (bron: http://www.emmeloord.info ) Ziekenhuis (bron: http://www.emmeloord.info )

 

 

Historische ontwikkeling – Stad aan de snelweg

De weg van Lemmer naar Kampen vormde oorspronkelijk samen met de weg van Urk naar Marknesse het polderkruis. Door de aanleg van de Flevopolder en de snelweg is het eerder evenwichtige belang van de vier richtingen veranderd. Er is nu eigenlijk geen kruis, maar eerder een T-splitsing: de oostelijke aansluiting ontbreekt. Bovendien zijn er maar twee afritten en is daarmee het belang van de kruising van de Marknesserweg met de snelweg sterk afgenomen.
De beleving van de stad vanaf het polderkruis is ook sterk veranderd. Eerder was er ruim zicht op de stad aan de zuidzijde, toen de stad zich open toonde aan de Zuiderkade. Door de aanleg van wijken (met name De Zuidert) veranderde het beeld. Nu is slechts op afstand en enkel bij zorgvuldige aanschouwing de poldertoren te zien.
Verder bepalen het groen en de bedrijfsgebouwen het beeld aan de snelweg.

1,4 a 1,4 b 1,4 c
Bedrijven aan de A6 richting Lemmer

 

 

Historische ontwikkeling – Stad aan het water

Oorspronkelijk was het water een belangrijke transportroute voor de handel en industrie. De vaarten vormden ook de begrenzing van het oorspronkelijke plan. De bruggen (eerder nog veerponten) over de vaarten markeerden de binnenkomst in de stad. Het stadsfront aan de Zuiderkade bepaalde het beeld van Emmeloord aan de zuidzijde.
Het belang van het transport over het water is afgenomen. Door de groei van de stad over de vaarten heen was het moment van het passeren van het water ook niet meer het moment van binnenkomst in de stad. Sinds enkele decennia wordt de waterzijde weer belangrijker. Wonen aan het water is aantrekkelijk, de beleving van het water in de openbare ruimte wordt meer gewaardeerd en de aandacht voor het watertoerisme (toerisme op en langs het water) in de Noordoostpolder neemt toe.

 

1,4 a brug espelervaart 1,4 b Nagelerbrug
Espelervaart (bron: http://www.Emmeloord.info ) Nagelerbrug (bron: http://www.Emmeloord.info )