Eigenaar van de Poldertoren was de Waterleidingmaatschappij Overijssel, later waterbedrijf Vitens. 
Omdat watertorens hun functie hebben verloren, worden de meeste watertorens door de verkocht of afgebroken.

De gemeente Noordoostpolder is nu de eigenaar de de toren.

 

De toren 

Hoogte 65,3 meter 
Hoogte met windvaan 70,5 meter 
Bezoekersplatform op 43,4 meter 
breedte 13,4 meter 
trap 243 treden 
Opslagcapaciteit water 1850 m3

 

In de toren is verwerkt:

 

1220 m3 beton 185 ton wapeningsstaal 
600.000 bakstenen 
624 ton cement 
7200 draineerbuizen

 

Inhoud torenreservoir

In het verleden hield de watertoren ook het waterleidingnet onder constante druk. 
Daarvoor was de toren voorzien van 4 reservoirs: 3 hoogreservoirs met een inhoud van 425 m³ en 1 laagreservoir met een inhoud van 575 m³. 
Nu is de functie van de poldertoren 
buiten bedrijf.

 

De watertoren Emmeloord had 3 hoogreservoirs.

De inhoud van de poldertoren-reservoirs waren als volgt:

reservoir (2)

voorheen E'oord

425 m3

reservoir (3)

Nordoostpolder

425 m3

reservoir (4)

Urk

425 m3

Pompstation Sint Jansklooster levert water aan de watertoren Emmeloord 
zie hoofdstuk 'watertoren'

 



Uurwerk

 

 

Het Openbaar Lichaam 'de Noordoostelijke Polder' (de voorloper van de gemeente Noordoostpolder) stelde het uurwerk beschikbaar.

Dit uurwerk is thans verbonden net de wereldatoomklok in Zurich. 
Deze klok zendt een signaal naar een zogenaamde telebox in de toren, die dit signaal vervolgens doorgeeft aan het uurwerk in de toren. 
Vier zijden van de poldertoren zijn voorzien van een wijzerplaat. 
De cijfers en wijzers zijn verguld.

 

Wim Kan

De klok op deze watertoren gaf cabaretier Wim Kan ooit de grap in dat in Emmeloord de tijd stilstaat... bij windkracht zeven, als de wijzers het niet meer kunnen bolwerken.
“Maar alleen bij windkracht zeven en dan nog figuurlijk, want overigens is deze spiksplinternieuwe gemeente met haar markt en haar landbouwbeurs, haar prachtige winkelstraat en moderne gebouwen niet alleen bij de tijd, maar ook de tijd vaak vooruit”, juichte de Volkskrant in 1962.